Zo boven, Zo onder

Eén oeroude regel, en mijn aanvulling: zo boven, zo onder, zo koolstof boven, zo koolstof onder. In balans met de aarde, met de boom. De verbinder van boven en onder.
Thomas Becker, 8 juni 2026


Een boom verbindt twee werelden. Met zijn kruin vangt hij koolstof uit de lucht, met zijn wortels grijpt hij de aarde. Decennialang pompt hij koolstof van boven naar onder en legt die vast in zijn hout. Wat eeuwenoude wijsheid al zei, “zo boven, zo onder”, is vandaag meetbare wetenschap: de boom houdt de balans tussen hemel en aarde.
Wanneer een boom moet wijken, voor ziekte, storm of veiligheid, gaat die vastgelegde koolstof verloren zodra het hout versnippert of verbrandt. Wij kiezen een andere weg. Door het hout te veredelen tot meubels en interieur blijft de koolstof opgeslagen, generaties lang. De boom sterft, maar zijn werk gaat door.
De iep, boom van de overgang
Geen boom draagt zoveel betekenis als de iep. In de Noordse scheppingsmythe werd de eerste man, Ask, uit een es geschapen en de eerste vrouw, Embla, uit een boom waarvan men lang heeft aangenomen dat het de iep was: de boom aan de oorsprong van het leven. Door heel Europa stond de iep bekend als de boom van de overgang tussen leven en dood, de wachter aan de grens, waarvan men de duurzame doodskisten maakte. De Grieken noemden hem de boom van de dromen. De Kelten geloofden dat hij de graven bewaakte.
En er is de oude mythe van Orpheus, die afdaalde in de onderwereld en bij het spelen van zijn klaaglied een heel bos iepen liet opspringen: iets moois, geboren uit verdriet.
Dat is wat wij doen. Uit een boom die moest wijken, maken wij iets dat blijft. Verlies wordt karakter, een stadsreus wordt een meubel of draagbalk die generaties meegaat. De iep, die altijd al de boom van leven én dood was, krijgt bij ons zijn tweede leven.

Wat in de boom gekerfd staat, groeit mee:

Kijk naar de laatste foto: een beuk, met een kruis in de bast gesneden. De beuk heeft een gladde, dunne schors, en juist daarom kerft de mens er al duizenden jaren zijn tekens in. Een kruis als baken en bescherming, een hart als belofte.
Het mooiste idee erachter is ouder dan je denkt. Al bij de Romeinse dichter Vergilius, ruim veertig jaar voor onze jaartelling, snijdt een herder zijn liefde in de jonge bast met de woorden: zij zullen groeien, en jij, mijn lief, groeit met hen mee. Wie een hart in een boom kerft, vertrouwt zijn gevoel toe aan iets levends. Naarmate de boom groeit, groeit het teken mee, jaar na jaar, hoger en breder, een liefde die letterlijk wortelt en uitdijt.
Zo sluit de cirkel zich. Wat de mens in de boom legde, draagt de boom verder. En wanneer die boom uiteindelijk moet wijken, bewaren wij wat hij meedroeg: het karakter, het verhaal, de tekens van wie hem aanraakten. Niet versnipperd, maar veredeld. Zo boven, zo onder.